Vliegen naar de warmte

Lees eerst de tekst.   Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af.

opdracht 1      opdracht 2      opdracht 3      opdracht 4      opdracht 5

druk de tekst af                                                           luisteren

……………………………………………………………………………………………….

Vliegen naar de warmte  (naar: start!-krant januari 2007)

In de herfst trekken veel vogels weg.
Ze (1) vliegen naar warme gebieden in het zuiden.
Zoals Afrika. Of landen rond de Middellandse Zee.
Maar waarom doe ze dat (2) ?

Voedsel
In de winter is het voor vogels moeilijk om voedsel te vinden.
Insecten kruipen weg in de grond.
En zaden en grassen liggen onder een dik pak sneeuw.
En sommige vogels kunnen gewoon niet tegen de kou.
Daarom (3) trekken ze weg.

Weer
Hoe weten de vogels dat het tijd is om te vertrekken ?
Ze voelen dat het kouder wordt. En het is korter licht.
Zo (4) weten ze dat het tijd is om naar het zuiden te vliegen.Maar hoe vinden vogels de weg ?
Ze vinden de weg door de stand van de zon.
Ook de richting van de wind helpt de vogels hun weg te vinden.
En sommige vogels volgen gewoon andere vogels.
Bijvoorbeeld als ze voor het eerst een trektocht maken.

Vermageren
Onderweg kunnen de vogels niet eten. Daardoor (5) vermageren ze.
En ze komen uitgeput aan. Hun maag is een klein beetje kleiner geworden.
Dus ze kunnen zich niet vol eten.
Na een tijdje kunnen vogels pas weer normaal eten.

Terugreis
De vogels vliegen niet allemaal op hetzelfde moment terug.
Sommige vogels vliegen in maart terug.
Andere vogels pas in april of mei.

Later
Normaal vliegen veel vogels pas in oktober of november weg.
Maar in 2006 vlogen sommige vogels pas in december weg.
Dat (6) kwam omdat het nog zo warm was.
Daardoor (7) was er nog genoeg voedsel te vinden voor de vogels.

  de vogeltrek  de reis van vogels
woordenlijst:
de herfst: de periode van 21 sept. t/m 20 dec. (het seizoen dat na de zomer komt)
gebieden: landen / plaatsen
weg .. trekken: weggaan / vertrekken /  reizen
vertrekken: weggaan
insecten: kleine dieren
zaden: eten uit bloemen en bomen
dik pak sneeuw: veel sneeuw
naar het zuiden: naar de zon
korter licht: de zon in de winter zie je weinig
de stand van de zon: de plaats waar de zon staat
trektocht: een verre reis
de weg vinden: weten waar je moet vliegen
vermageren: dun worden en weinig eten
daardoor: daarom / dus
voedsel: eten
de richting van de wind: Waar komt de wind vandaan ?
vlogen: vliegen
uitgeput: erg moe
volgen: mee vliegen