Winter in Azië

Lees eerst de tekst.   Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af.

opdracht 1      opdracht 2      opdracht 3      opdracht 4      opdracht 5

druk de tekst af                     druk de vragen af                  luisteren

……………………………………………………………………………………………….

Koud winterweer in Azië  (naar: start!-krant februari 2006)

Net als in Rusland en het oosten van Europa was het ook in Azië vorige maand erg koud. In Pakistan en India stierven veel mensen door de lage temperaturen. Veel mensen in Pakistan zijn nog steeds dakloos door de grote aardbeving vorig jaar.

Open lucht
Door de aardbeving zijn veel huizen verwoest. De meeste mensen hebben nog geen nieuw huis. Ze leven nog steeds in de open lucht, of in tenten. Door de kou raakten veel mensen onderkoeld. Ze kregen bijvoorbeeld koorts en een longontsteking. Hulpverleners deelden dekens en warme kleding uit. Ook maakten ze vuurtjes. Zo konden de mensen zich een beetje warm houden.

Japan
In Japan sneeuwde het weken achter elkaar. Op sommige plaatsen lag wel 4 meter sneeuw. Lantaarnpalen staken nog maar net boven de sneeuw uit. Er zijn meer dan 80 mensen omgekomen. De slachtoffers zijn vooral oudere mensen.

China
Ook in China was het erg koud. In een provincie van China vroor het zelfs 42 graden. Het is daar al 20 jaar niet meer zo koud geweest. De overheid van China heeft 100.000 mensen naar een veiligere plek gebracht. Hun huizen waren ingestort door het dikke pak sneeuw.

Vee
Niet alleen mensen hadden last van de kou in Azië, ook dieren hadden veel te lijden. In China leven veel nomaden. Dat zijn mensen die geen vaste plek hebben om te wonen. Ze trekken rond met hun vee; maar door alle sneeuw kon het vee geen voedsel meer vinden. Het leger is de nomaden en hun dieren te hulp gekomen.

woordenlijst:
stierven = verleden tijd van sterven (doodgaan)
dakloos = geen huis hebben
de aardbeving = in Turkije zijn vaak aardbevingen -de wereld schudt en huizen storten in
verwoest = kapot
open lucht = buiten
onderkoeld raken = het erg koud hebben
uit .. delen = geven
omgekomen = doodgegaan
slachtoffers = mensen die doodgaan
vroor = verleden tijd van vriezen
veilige plek = een niet gevaarlijke plaats
ingestort = kapot gegaan
lijden = pijn hebben / koud hebben
nomaden = mensen zonder huis
het vee = dieren zoals koeien
rondtrekken = reizen – ergens anders naar toe gaan
het voedsel = het eten