Ga naar inhoud
NT2 TaalMenu
Nederlands
Nederlands
Nieuw materiaal
A1 – Beginners
Je Kan Me Wat
puzzels
alledaagse taal oefenen
specials
luisteren
muziek luisteren
lezen
schrijven
spreken
KNM start
woordenschat
grammatica
alfabet en klanken
A2 – Start inburgeringsexamen
KNM teksten
puzzels
alledaagse taal oefenen
specials
Luisteren
muziek luisteren
lezen
schrijven
Spreken
grammatica
B1 – Inburgeringsexamen
lezen
Luisteren
Schrijven
Grammatica
Muziek luisteren
Puzzels
KNM teksten
Specials
oefenen voor het B1 examen
B2 – Staatsexamen
Muziek luisteren
Lezen
Schrijven
Grammatica
Toggle website zoeken
Menu
Sluiten
Nederlands
Nederlands
Nieuw materiaal
A1 – Beginners
Je Kan Me Wat
puzzels
alledaagse taal oefenen
specials
luisteren
muziek luisteren
lezen
schrijven
spreken
KNM start
woordenschat
grammatica
alfabet en klanken
A2 – Start inburgeringsexamen
KNM teksten
puzzels
alledaagse taal oefenen
specials
Luisteren
muziek luisteren
lezen
schrijven
Spreken
grammatica
B1 – Inburgeringsexamen
lezen
Luisteren
Schrijven
Grammatica
Muziek luisteren
Puzzels
KNM teksten
Specials
oefenen voor het B1 examen
B2 – Staatsexamen
Muziek luisteren
Lezen
Schrijven
Grammatica
Toggle website zoeken
Wie zijn wij?
Contact
Redactie
Giften, ANBI
Links
Disclaimer
Cookiebeleid
Privacyverklaring
A2 grammatica
<-- TERUG
1 aanwijzend voornaamwoord
deze, die, dit of dat?
2 lidwoord
gebruik van: de, het of een?
3 meervoud
gebruik van: -en of -s, of -‘s?
4 adjectief
gebruik van:met of zonder -e?
5 trappen van vergelijking
mooi – mooier – mooist(e)
6 werkwoorden van positie: staan, liggen, zitten, zetten, ...
7 voltooide tijd
drinken – heeft … gedronken
8 verleden tijd
de onregelmatige werkwoorden
9 voegwoorden
omdat, want, als, maar, en, om
10 zinnen met 'maar'
maak goede zinnen
11 zinnen met 'want'
maak goede zinnen
12 zinnen met 'omdat
maak goede zinnen
13 zinnen met 'als'
maak goede zinnen
14 zinnen met 'om ... te'
maak goede zinnen
15 voorzetsels
met, naar, in, uit, op, tegen, bij, ...
16 verwijswoorden
ze, die, dat, daar, ...