spreken A2

om uitleg vragen & geven

lees de informatie en maak daarna de oefeningen

WOORD

BETEKENIS

VOORBEELD

1. uitleg geven

iemand vertellen hoe iets werkt of wat iets betekent.

De docent geeft uitleg over grammatica.

2. om uitleg vragen

vragen of iemand je kan vertellen wat iets betekent of hoe iets werkt.

Als ik iets niet begrijp, kan ik om uitleg vragen aan mijn docent.

3. het koffiezetapparaat

Ik gebruik het koffiezetapparaat om koffie te maken.

4. de zorg

Als je werkt in de zorg, help je mensen met hun gezondheid. Bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een verzorgingshuis.

Hij werkt in de zorg en helpt zieke mensen in het ziekenhuis.

5. de machine

een apparaat dat helpt om dingen te maken of te doen. Ook: het apparaat.

De machine maakt het werk in de fabriek makkelijker.

6. het gesprek

Als je een gesprek hebt, praat je met iemand.

informatie

U leert in deze les om uitleg vragen en uitleg geven. Als je niet weet hoe je iets moet doen, kan je dat aan iemand vragen. Bijvoorbeeld: Je bent op het werk. Je weet niet hoe het nieuwe koffiezetapparaat werkt. Je vraagt het aan je collega. 

Je vraagt:
“Hoe werkt het nieuwe koffiezetapparaat?”

Je collega zegt:
“Je moet eerst een kopje plaatsen. Dan kies je welke koffie je wilt. Daarna druk je op de knop. Ten slotte pak je je koffie.” 

het koffiezetapparaat

Waarover kan je uitleg vragen?
Je kunt over veel dingen uitleg vragen en uitleg geven. Bijvoorbeeld als je de weg vraagt of als je wilt solliciteren en je weet niet hoe je dat in Nederland doet. 

Als je iemand goed kent, kun je een korte vraag stellen:
“Hoe werkt het nieuwe koffiezetapparaat?”

Als je iemand niet goed kent, vraag je:
“Weet je hoe het nieuwe koffiezetapparaat werkt?”
“Kunt u me vertellen hoe het nieuwe koffiezetapparaat werkt?”