Gratis Nederlands leren
informatie
U leert in deze les vertellen wat je hebt gedaan en wat je gaat doen.
Zinnen die passen bij wat je hebt gedaan:
Wat heb je gedaan?
Ik had… (een druk/rustig weekend).
Er was… (een feestje op vrijdag/lekker eten en muziek).
Zinnen die passen bij wat je gaat doen:
Wat ga je doen?
Ik ga… (terug naar Chili/studeren).
Ik zie het wel.
WOORD | BETEKENIS | VOORBEELD |
1. naar de film gaan | Wij gaan morgenavond naar de film in de bioscoop. | |
2. het plan | een idee over wat je gaat doen. | Het plan is om dit weekend naar het strand te gaan. |
3. de baan | werk dat je elke dag doet voor geld | Zij heeft een nieuwe baan als docent. |
4. beslissen | kiezen wat je gaat doen | Hij kan niet beslissen welke studie hij wil doen na de middelbare school. |
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.