spreken A2

wat ga je doen & wat heb je gedaan

lees eerst de informatie en bekijk de woordenlijst

informatie

U leert in deze les vertellen wat je hebt gedaan en wat je gaat doen. 
Zinnen die passen bij wat je hebt gedaan:

Wat heb je gedaan?
Ik had… (een druk/rustig weekend).
Er was… (een feestje op vrijdag/lekker eten en muziek).

Zinnen die passen bij wat je gaat doen:

Wat ga je doen?
Ik ga… (terug naar Chili/studeren).
Ik zie het wel. 

WOORD

BETEKENIS

VOORBEELD

1. naar de film gaan

Wij gaan morgenavond naar de film in de bioscoop.

2. het plan

een idee over wat je gaat doen.

Het plan is om dit weekend naar het strand te gaan.

3. de baan

werk dat je elke dag doet voor geld

Zij heeft een nieuwe baan als docent.

4. beslissen

kiezen wat je gaat doen

Hij kan niet beslissen welke studie hij wil doen na de middelbare school.