LUISTEREN A1

naar een restaurant

luister naar de tekst en maak de oefeningen

1. de serveerster: een mevrouw die eten brengt in een restaurant
2. de de menukaart: een lijst met eten en drinken dat je kan kiezen
3. het komt eraan: het komt snel

4. het bestek: lepel, vork en mes
5. afrekenen: betalen
6. vervelend: niet leuk
7. de kok: de persoon die het eten maakt in een restaurant

8. contant betalen: met briefjes of munten betalen
9. pinnen: met een bankpas betalen