Gratis Nederlands leren
bekijk en luister naar de video en maak de oefeningen
1. Deltawerken: grote dammen en dijken bij de zee
2. de polder: Stuk land dat vroeger water was (Engels: polder)
3. het zeeniveau, de zeespiegel: de hoogte van de zee (Engels: sea level)
4. de ramp: een heel groot ongeluk (Engels: disaster)
5. verwoesten: helemaal kapot maken (Engels: destroy)
6. verdrinken: doodgaan in en door het water. (Engels: drown)
7. kostbaar: duur
8. ingewikkeld: moeilijk (Engels: complicated)
9. de dam: een lange en hoge dijk in het water (Engels: dam)
10. de schuif: een soort deur die open en dicht kan gaan (Engels: slide)
11. het springtij: een extra groot verschil tussen hoog- en laagwater (Engels: spring tide)
12. de getijden: het verschil tussen hoogwater (vloed) en laagwater (eb) in zee (Engels: tides)
13. jagen: dieren vangen om te eten (Engels: hunt)
14. de neerslag: regen, hagel of sneeuw (Engels: precipitation, rainfall)
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.