Gratis Nederlands leren
Je gebruikt meestal -en achter het woord om het meervoud te maken:
Een fiets twee fietsen
Een boek twee boeken
Soms gebruik je een -s. Dat doe je als het laatste deel van het woord -en, -el, -er, -em of -e is:
een jongen twee jongens
een appel twee appels
een fietser twee fietsers
een bezem twee bezems
een kopje twee kopjes
Ook bij sommige woorden die uit een andere taal komen, gebruiken we als meervoud -s:
Een film twee films
Sommige woorden hebben een ander meervoud. Dat moet je uit je hoofd leren. Bijvoorbeeld:
Een kind twee kinderen
Een stad twee steden
Een ei twee eieren
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.