Niveau B1 - Lezen - Geschiedenis - Tekst 3 - Rembrandt

Lees eerst de tekst.
Zoek woorden die je niet kent op in de woordenlijst rechts.
Maak dan de oefeningen.

Leest u liever van papier? Download dan hier de tekst en de oefeningen!

Rembrandt (1606 – 1669)

Rembrandt is een van de beroemdste Nederlandse schilders. Hij werd op 15 juli 1606 geboren in Leiden. Zijn ouders waren niet arm: zijn vader was eigenaar1 van een molen, en zijn moeder was de dochter van een welgestelde2 bakker. Rembrandt ging dan ook naar een goede school. Daar leerde hij latijn, kennis van de bijbel, klassieke literatuur3 en goede manieren. Ook kreeg hij les in schilderen. Van zijn ouders moest hij naar de universiteit, maar Rembrandt zelf wilde liever schilder worden. Op zijn 14e jaar ging hij naar de universiteit, waar hij literatuur en theologie studeerde. maar na 2 jaar ging hij in de leer4 bij schilders, eerst in Leiden en toen in Amsterdam. Daarna begon hij zijn eigen schilderwerkplaats in Leiden. Toen Rembrandt 21 jaar was, verhuisde hij naar Amsterdam. Hij werd al snel een bekende schilder.

De ‘Gouden Eeuw’

Rembrandt leefde in de ‘Gouden Eeuw’, een periode van grote rijkdom5. En Amsterdam was de rijkste stad van Nederland. De rijke burgers bestelden veel schilderijen voor hun stadspaleizen. Er was dus heel veel werk voor schilders. Bekende schilders uit die tijd zijn Frans Hals, Johannes Vermeer en Jan Steen. Maar Rembrandt is de bekendste van allemaal. Wat maakte hem zo uniek6? Waarom vinden mensen uit de hele wereld de schilderijen van Rembrandt zo mooi?

Vernieuwer
Een van de dingen die Rembrandt zo speciaal maken is dat hij een echte vernieuwer was: hij had originele ideeën en durfde nieuwe dingen uit te proberen, ook als de opdrachtgever daar niet altijd zo blij mee was. Speciaal is ook het gebruik van licht en donker in zijn schilderijen: de belangrijke mensen en dingen in zijn schilderijen staan altijd prachtig in het licht. Hij had een fantastisch gevoel voor compositie7 en dramatiek8 en wist echt leven in zijn schilderijen te brengen. Een goed voorbeeld is de Nachtwacht, het bekendste schilderij van Rembrandt. Het is een groot schilderij waarop schutters te zien zijn. Schutters waren een soort soldaten of politiemensen. Zij moesten de stad beschermen9. Er zijn in de ‘Gouden Eeuw’ veel schuttersstukken gemaakt. De schutters betaalden samen het schilderij, en wilden dus allemaal goed in beeld komen. Daarom waren het nogal statische10 en soms zelfs een beetje saaie11 schilderijen. Hier zie je een min of meer traditioneel schuttersstuk:


Cornelis van Haarlem: Banket van de officieren van de St. Jorisdoelen

En dit is de Nachtwacht:

In plaats van een saai groepsportret maakt Rembrandt er een schilderij vol actie van: de schutters maken zich klaar om te vertrekken, en er gebeurt van alles: een man rechts slaat op de trommel, een hond blaft, een schutter links laadt12 zijn geweer, en in het midden schiet zelfs een schutter met zijn geweer. Vooraan geeft de commandant Frans Banninck Cocq het sein13 om te vertrekken en begint zelf al te lopen. Het is alsof hij het volgende moment het schilderij uit zal lopen, recht naar de kijker toe. Ook gaf Rembrandt het schilderij in zijn details een symbolische betekenis mee. Zo valt de schaduw van de hand van Banninck Cocq precies om het wapen14 van Amsterdam op de goudkleurige jas van de andere officier in het midden, Frans van Ruytenburch, alsof de hand Amsterdam beschermt.

De Nachtwacht was een voor die tijd revolutionair schilderij, maar de schutters zelf waren minder tevreden: sommigen wilden eerst niet betalen, omdat zij er niet duidelijk genoeg opstonden.

Karakter
Rembrandt kon ook heel goed het karakter van mensen laten zien. Hij schilderde realistisch en liet de mensen zien zoals ze echt zijn. Als je naar zijn schilderijen kijkt, heb je het idee dat je bijna kunt zien wat de mensen denken. Rembrandt kon ook heel goed oude mensen schilderen. Een goed voorbeeld is het schilderij van de oude vrouw hieronder:

De vrouw leest in een boek. Dat boek is waarschijnlijk15 een religieus boek. Het licht valt niet op haar gezicht, maar op haar oude, gerimpelde hand.

De vrouw heeft waarschijnlijk slechte ogen, want ze gebruikt haar handen bij het lezen van de grote letters. Zo wil Rembrandt ons iets van het karakter van de vrouw laten zien: ze kan bijna niet meer lezen, maar toch wil ze elke dag nog over haar geloof lezen omdat het zo belangrijk voor haar is.

Vernieuwend tot het einde
Ook in zijn latere jaren bleef Rembrandt zich vernieuwen: zijn stijl werd veel minder gedetailleerd; hij leek sneller te werken en heel trefzeker16 een karakter te kunnen neerzetten. Bijvoorbeeld in het portret van Jan Six:

Het licht valt op de handen en het gezicht, die het meest gedetailleerd zijn uitgewerkt. Maar bijvoorbeeld de rode mantel is heel snel geschilderd.

Rembrandt maakte 600 schilderijen en 3000 tekeningen. Hij overleed in 1669. Toen Rembrandt overleed, leefde hij in armoede17. Hij had veel schulden opgebouwd. Hij was als schilder ook minder populair bij de Amsterdamse elite: ze vonden de schilderijen van Rembrandt te donker, en te ‘slordig’. Maar Rembrandt weigerde18 te veranderen, en bleef geloven in zijn eigen stijl en visie. Nu zijn de schilderijen van Rembrandt wereldberoemd. 

Wil je meer weten over Rembrandt? Kijk dan eens naar deze video:
https://www.npostart.nl/NPS_1190170

Of kijk op de website van het Rijksmuseum:
https://www.rijksmuseum.nl/en/rijksstudio

Of op de website van het Rembrandthuis:
https://www.rembrandthuis.nl/

WoordBetekenis
1. de eigenaar
de molen was van hem zelf
2. welgesteld
niet arm, met best veel geld
3.  de klassieke literatuur
de Griekse en Latijnse boeken en verhalen van ongeveer 800 voor Christus tot 476 na Christus
4. in de leer gaan
een beroep leren van iemand die dat beroep al kent
5. de rijkdom
dat de mensen rijk zijn
6. uniek
anders dan alle anderen
7. de compositie
hoe en op welke plaats de mensen en dingen op een schilderij staan, zodat het schilderij er mooi en interessant uitziet
8. de dramatiek
dat het dramatisch is, dat er veel gebeurt en dat het emoties laat zien of emoties bij de kijker oproept
9. beschermen
zorgen dat het veilig is
10. statisch
met weinig beweging, met weinig drama
11. saai
niet interessant, zonder ‘leven’
12. het geweer laden
een kogel in het geweer doen en het geweer klaar maken om te schieten
13. het sein

het teken, het commando

14. het wapen

een tekening of afbeelding die het symbool is voor bijvoorbeeld een stad, een land of een familie. Het wapen van Amsterdam was een leeuw en 3 kruizen onder elkaar.

15. waarschijnlijk

bijna zeker

16. trefzeker

snel, maar toch heel precies, in één keer precies goed

 

17. de armoede

dat je arm bent, dat je te weinig geld hebt om goed te leven

18. weigeren

iets wat de mensen van je vragen toch niet doen

Oefening 2

Oefening 3

Oefening 4