Niveau B1 - Lezen - Geschiedenis - Tekst 5 - Napoleon - de Franse tijd

Lees eerst de tekst.
Zoek woorden die je niet kent op in de woordenlijst rechts.
Maak dan de oefeningen.

Leest u liever van papier? Download dan hier de tekst en de oefeningen!

Napoleon - De Franse Tijd

Nederland is nu een koninkrijk, met Willem Alexander als koning. Maar dat is niet altijd zo geweest. Vanaf de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) was Nederland een republiek. Pas in 1806 kreeg Nederland zijn eerste koning. Dat was geen Nederlander, maar een Fransman: Lodewijk, de broer van Napoleon. Hoe werd hij koning van Nederland?

 

 

 

 


de Franse revolutie                                                                                                                    Napoleon

De Franse Revolutie en Napoleon

In 1789 gebeurde er iets ongekends1 in Europa: de Franse Revolutie. Het Franse volk kwam in opstand2 en greep de macht. Tot die tijd waren de koning, de adel3 en de kerk de baas geweest in Frankrijk. De koning had absolute macht: wat hij besliste, moest gebeuren. Die macht was hem, zo dacht men, door God gegeven. Wie kritiek had op de koning, had dus eigenlijk kritiek op God. De adel en de kerk hadden veel privileges4; zo hoefde de adel geen belasting te betalen. De boeren en de burgers5 hadden veel minder rechten. Ze moesten bijvoorbeeld 10% van hun loon aan de kerk betalen. De boeren moesten belasting betalen en een deel van hun oogst6 afstaan. Bovendien moesten ze een aantal dagen per jaar gratis werken voor de grootgrondbezitters. Ook was er veel honger. Dat kwam onder andere doordat rijke speculanten het graan opkochten dat nodig was voor het bakken van brood. Zo verdienden ze een fortuin7 door de honger van het volk.
Maar toen kwam dus de Franse revolutie. Frankrijk werd een republiek, en in plaats van de koning, de adel en de kerk was het volk nu de baas. De drie belangrijkste principes van de republiek waren vrijheid, gelijkheid en broederschap.
In 1799 greep Napoleon de macht in Frankrijk. Hij werd de keizer van Frankrijk. En hij was de leider van het Franse leger. Hij vocht tegen de legers van Engeland, Oostenrijk en Rusland. In het begin had Napoleon succes. Hij veroverde8 veel landen in Europa. In 1806 had Napoleon de macht in een groot deel van Europa. En in Frankrijk was hij enorm populair.

Willem V

De patriotten en de Bataafse republiek

In Nederland ging het intussen economisch niet meer zo goed. Er was veel werkloosheid, en in de handel was Engeland veel machtiger dan Nederland. Het bestuur was in handen van de regenten9 en de stadhouder10, Willem V van Oranje. De burgers hadden heel weinig invloed11. Een groep burgers gaf de stadhouder en de ‘corrupte’ regenten de schuld van de slechte situatie. Ze noemden zich ‘patriotten’. In 1787 probeerden ze de macht over te nemen, maar de vrouw van Willem V vroeg hulp aan haar broer, de koning van Pruisen. De patriotten verloren de strijd tegen dit leger, en moesten vluchten. Veel patriotten vluchtten naar Frankrijk.
In 1795 veroverden de patriotten samen met het Franse leger Nederland. Willem V vluchtte naar Engeland. Veel Nederlanders waren blij met het vertrek van Willem V en met de komst van de Fransen. Burgers kregen nu de kans om leiding te geven aan Nederland. Vanaf 1795 heette Nederland ‘de Bataafse Republiek’, met een regering van burgers. Maar de invloed van Frankrijk op de regering was groot. Frankrijk besliste wat er moest gebeuren. Nederland moest 25.000 soldaten uit Frankrijk verzorgen, en 100 miljoen gulden aan Frankrijk betalen. En Nederland moest België, Zeeuws Vlaanderen en Maastricht aan Frankrijk geven.

Lodewijk

Nederland krijgt een Franse koning
Toch was Napoleon niet tevreden over de Bataafse republiek. Hij vond dat ze te weinig luisterden naar wat Frankrijk wilde. Ook vond hij dat ze teveel handelscontacten met Engeland hadden, terwijl hij de handel met Engeland juist had verboden.
Napoleon had een broer: Lodewijk. Lodewijk werd de koning van Nederland in 1806. Lodewijk nam zijn taak serieus, en probeerde een goede koning te zijn voor Nederland. Hij nam taalles, en reisde door heel Nederland. De problemen die hij daar zag probeerde hij op te lossen12. Vaak lukte dat ook. Hij moderniseerde het bestuur en stimuleerde de cultuur en de wetenschappen. Hij richtte organisaties op13 die nu nog bestaan, zoals de Koninklijke Academie van Wetenschappen, de Koninklijke Bibliotheek en het Rijksmuseum. Ook organiseerde hij snelle en efficiënte hulp bij rampen14 en epidemieën. Hij was dan ook best populair.
Maar Napoleon was niet tevreden over zijn broer. Hij vond dat Lodewijk teveel aan het belang van Nederland dacht, en te weinig aan het belang van Frankrijk. Napoleon wilde meer belasting en meer soldaten uit Nederland. Daarom stuurde Napoleon in 1810 zijn broer weg. Nederland was nu een provincie van Frankrijk.


Het einde van de Franse tijd
In 1812 verloor Napoleon de oorlog in Rusland. Veel soldaten van het Franse leger waren in Rusland gestorven. Veel mensen in Frankrijk waren teleurgesteld15. Zij wilden niet langer dat Napoleon de leider van Frankrijk was. Napoleon werd in 1813 afgezet.
Nederland werd in 1813 weer een zelfstandig land. De regering werd geleid door Willem Frederik, de zoon van Willem V. Willem Frederik werd koning, en werd Willem I genoemd. Hij was dus de eerste Nederlandse koning van Nederland.

Willem I

De erfenis van de Franse tijd
De Franse tijd heeft gezorgd voor een modernisering van het Nederlandse bestuur en de rechtspraak16. Dingen die we nu in een democratisch land heel normaal vinden, zoals een parlement dat door burgers is gekozen, een grondwet, gelijkheid van alle burgers voor de wet en zelfs het hebben van een vaste achternaam, zijn in de tijd van de Bataafse republiek en Napoleon in Nederland geïntroduceerd. Ook de ‘scheiding der machten’, een idee van de Franse filosoof Montesquieu, is door Frankrijk in Nederland geïntroduceerd. Montesquieu had veel kritiek op de maatschappij in Frankrijk vóór de Franse revolutie. Vooral de absolute macht van de koning vond hij een probleem. Daarom wilde hij de absolute macht verdelen over drie instanties17: de ‘wetgevende macht’ (het parlement, dat wetten mag maken), de ‘uitvoerende macht’ (de regering) en de ‘rechtsprekende macht’ (de rechters, die uitspraken kunnen doen en straffen kunnen geven). De drie machten zijn onafhankelijk en moeten elkaar controleren, zodat er nooit één instantie teveel macht kan krijgen.
En sinds de Franse tijd is Nederland dus geen republiek meer, maar een koninkrijk, met de familie van Willem van Oranje als koninklijke familie.

Wil je meer weten over de Franse revolutie? kijk dan naar deze video:
https://www.youtube.com/watch?v=bt6Q7x2Xvgw

Of over Napoleon? Kijk dan naar deze video:
https://www.youtube.com/watch?v=2_BS1xBagsQ

Of over de patriotten en de Bataafse republiek? Kijk dan naar deze video:
https://www.youtube.com/watch?v=fs7EWzsm-Uw

Of over Lodewijk, de eerste koning van Nederland? Kijk dan naar een van deze video’s:
https://www.youtube.com/watch?v=Vm8ogSQ5Vg8
https://www.youtube.com/watch?v=uc7-YpIOehk
https://www.youtube.com/watch?v=m7XLdZ1XMpo
https://www.youtube.com/watch?v=5Uz8mQiV2f0
https://www.youtube.com/watch?v=PFUEJ52aqYI

1. iets ongekends
iets unieks, iets wat nog nooit gebeurd is
2. de opstand
dat je gaat vechten tegen de machthebbers (= de mensen die de baas zijn).
3.  de adel
mensen van een familie die van de koning een titel hebben gekregen: bijvoorbeeld prins, hertog of graaf. Het zijn rijke en machtige mensen.
4. het privilege
het voorrecht, een recht dat jij wél hebt maar andere mensen niet
5. de burgers

de ‘normale’ inwoners van een land, die niet de privileges van de adel of de kerk hebben

6. de oogst
het graan, de groenten en de andere planten die de boer van het land haalt
7. het fortuin
héél veel geld
8. veroveren
in een oorlog van een ander land afpakken
9. de regenten
de bestuurders van het land. Zij kwamen bijna altijd uit de groep van de adel of van de rijkste burgerfamilies.
10. de stadhouder
Vóórdat Nederland een republiek was was de stadhouder de plaatsvervanger van de koning. Daarna was hij een soort militair en politiek leider.
11. de invloed
dat er naar je ideeën en wensen wordt geluisterd, en dat er ook iets mee wordt gedaan
12. oplossen
een goed antwoord op een probleem bedenken
 13. oprichten
een organisatie officieel starten
 14. de ramp
een heel groot ongeluk, vaak met veel doden en gewonden
 15. teleurgesteld
(heel) ontevreden omdat het resultaat zo slecht is
 16. de rechtspraak
het juridische systeem
 17. de instantie
de officiële organisatie

Oefening 2

Oefening 3

Oefening 4