Gratis Nederlands leren
Er zijn 3 lidwoorden: de, het en een.
De en het gebruik je voor bepaalde zaken (je weet precies welke dingen je bedoelt): de nieuwe fiets, het tweede kopje koffie.
Een gebruik je voor onbepaalde zaken (je weet niet precies welk ding het is, of het is niet belangrijk welk ding het precies is) : hij eet een appel, ik drink een kopje koffie.
Soms gebruik je geen lidwoord:
– als je praat over onbepaalde zaken die je niet kunt tellen: water, suiker, brood, zand etc.: hij drinkt water, ik vind suiker lekker, ik eet ’s morgens altijd brood.
– als je praat over onbepaalde zaken in het meervoud: ik koop appels, hij houdt niet van aardappels, ik vind druiven lekker.
Let op: Er zijn bepaalde vaste combinaties, bijvoorbeeld voor vervoermiddelen, winkels en seizoenen. We gebruiken dan meestal de of het :
Ik ga met de auto, de trein, de bus.
Ik ga naar de bakker, de winkel, de supermarkt.
In de zomer ga ik op vakantie.
Er zijn ook vaste combinaties zonder lidwoord:
Ik ga naar huis.
Het glas staat op tafel.
Ze zitten op school.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.