Gratis Nederlands leren
Voor de positie van dingen gebruiken we verschillende werkwoorden.
Als iets plat (horizontaal) is, gebruiken we leggen (voor de actie) en liggen (voor het resultaat):
Ik leg het boek op tafel Het boek ligt op tafel.
Als iets rechtop (verticaal) is, gebruiken we zetten (voor de actie) en staan (voor het resultaat):
Ik zet het boek in de kast. Het boek staat in de kast.
Let op: de positie van een bord lijkt misschien horizontaal, maar toch gebruik je zetten en staan: Ik zet het bord op tafel, het bord staat op tafel.
Voor dingen in een kleine ruimte gebruiken we stoppen en zitten:
Ik stop mijn sleutels in mijn zak. Mijn sleutels zitten in mijn zak.
Als de positie niet duidelijk is, gebruiken we doen:
Ik doe water in de pan.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.