Niveau A2 - Spreken - Een Mening Geven

Lees eerst de informatie, en de woordenlijst.   
Maak dan de oefeningen. Druk daarna de schrijfopdracht af en maak hem.

informatie

U leert in deze les uw mening geven. Dat is zeggen wat u vindt of denkt. U leert ook een mening vragen.
Vaak moet u uitleggen waarom u iets vindt. Daarom leert u in deze les zinnen maken met “omdat”.

Voorbeeld:
 Wat vind je van roken?
 – Ik vind dat roken verboden moet worden.

 Waarom?
– Omdat roken niet gezond is.

Het tegenovergestelde van een mening is een “feit“. Een feit is een stukje informatie. Vraag je om informatie, dan vraag je om feiten.

Voorbeeld:
28 % van de Nederlanders ouder dan 15 jaar rookt.

Mening of feit.
een mening is wat u vindt of denkt. Een feit is informatie die u zeker weet. Een feit kan je zien, controleren en zeker weten. 
        
voorbeelden
mening:  Het eten is lekker.
feit:       We eten rijst met vlees.
mening:  De vrouw is aardig.
feit:        Zij werkt in Amsterdam.
mening:  Ik vind de winkel duur.
feit:        De winkel is open tot 6 uur.

   

1. uitleggeniets duidelijk vertellen zodat iemand anders het begrijpt
2. aardigsympathiek
3. het valt me opik zie of hoor iets wat ik bijzonder vind
4. de bandde relatie
5. de bejaardede oude man of vrouw
6. eenzaamhelemaal alleen, zonder contact met andere mensen
7. de uitkeringgeld dat je krijgt als je geen werk hebt of zelf heel weinig geld hebt
8. werklooszonder werk
9. de uitslaghet resultaat
10. de redenwaarom je iets doet, of waarom iets zo is
11. de tiphet advies
12. rommel op straatdingen die mensen weggooien
13. luials je geen zin hebt om te werken of om iets anders te doen
 14. de vertragingAls de trein of bus te laat is
 15. gemeenhard en niet eerlijk
 16. de scheidsrechterde ‘baas’ van een voetbalwedstrijd, de man die fluit
 17. stakenniet werken omdat je wilt protesteren (bijvoorbeeld omdat je meer geld wilt krijgen)

Is het een mening of een feit?

Mijn mening over Nederland.
Effua komt uit Ghana. Zij vertelt over Nederland. klik op ‘Start’ hierboven en luister.

Het is Effua Sulley (19) opgevallen dat Nederlandse jongeren een slechte band met de familie hebben. “In Ghana leven we dichter bij elkaar.” zegt ze. “Als je problemen hebt, als je ziek bent of je hebt wat nodig, dan helpt de familie je.”
Effua heeft kennisgemaakt in een bejaardenhuis. Zij vindt een bejaardenhuis goed en niet goed. Het is goed dat er voor oude mensen wordt gezorgd. Maar enkele oude mensen hadden haar verteld dat hun kinderen bijna nooit op bezoek komen. Ze voelden zich eenzaam en alleen.
“Bij ons in Ghana zijn ook meer regels. Dat is goed. Zo leer je geen slechte gewoonten. Ik mag niet roken, geen alcohol drinken, niet naar de disco en ‘s avonds mag ik niet alleen weg. In Nederland is er veel meer vrijheid.”
Wel vindt Effua het goed dat mensen zonder werk in Nederland een uitkering krijgen.

Oefening 2
In welke alinea staat het?

Oefening 3
Kies het goede antwoord.

Een mening vragen.

 Er zijn veel manieren om een mening te vragen. Hieronder staan enkele voorbeelden.
          voorbeeld
        – Wat vind jij?
         Wat vindt u?
         Wat is uw mening?
         Wat vind jij van  ………………. ?

Een mening geven.

Er zijn veel manieren om een mening te geven. Hieronder staan enkele voorbeelden.
          voorbeeld
        – Ik vind het ……. (goed – niet goed)
        – Ik vind dat ……. (goed – niet goed)
        – Ik denk dat …….
        – Volgens mij is dat …….
        – Ik ben het ermee eens.
        – Ik ben het er niet mee eens.

Hoe vraag je het?

 

 

U kunt nu werkblad 1 afdrukken en de oefeningen maken. Klik op de PDF hieronder.

Eens of oneens.

Soms ben je het met iets eens. Je hebt dezelfde mening. Soms ben je het oneens. Dan heb je een andere mening. Soms heb je geen mening.

        voorbeelden
        De regering wil roken verbieden.
        Ik vind roken vies.
        Ik ben het eens met de regering.

        Ik vind kinderen leuk.
        Een vriend zegt: “Alle kinderen zijn vervelend”.
        Ik ben het oneens met mijn vriend.

Waarom?

Je hebt een mening. Je legt uit waarom. Je zegt dan wat de reden is. Een reden geef je met de woorden “want” en “omdat”.
          voorbeeld
        – Mag ik iets vragen?
        – Ja hoor.
        – Vind je dat roken verboden moet worden?
        – Dat vind ik wel.
        – Waarom vind je dat?
        – Omdat roken ongezond is.

Oefening 7

Oefening 8
Wat is een goede reden?

U kunt nu werkblad 2 afdrukken en de oefeningen maken. Klik op de PDF hieronder.

Wil je een dropje?

 

Henk en Bekir praten over eten.
Zij geven hun mening.
Luister naar hun gesprek en lees mee.
Beantwoord daarna de vragen.
    

Henk    Wil je een dropje ?
Bekir    Een wat ?
Henk    Een dropje. Proef maar.
Bekir     Wat zout. Nee, niet lekker.
Henk    Wat vind jij dan lekker ?
Bekir    Ik? Zoete dingen. Baklava, van dat Turkse gebak. Dat vind ik lekker. En jij ?
Henk    Ik houd meer van zout. Zoute haring, bijvoorbeeld.
Bekir    Vind je dat echt lekker? Zoute haring. Dat lust ik helemaal niet.
Henk    Echt Nederlands eten. Zoute haring, drop en patat met mayonaise. Houd je daarvan ?
Bekir    Nee, veel te vet. Slecht voor je gezondheid.
Henk    Zeg jij nou maar niks. Jij rookt een pakje sigaretten per dag. Dat is ook slecht voor je gezondheid.
Bekir    Ja. Dat is wel zo.

haring
drop
 

Oefening 9

U kunt nu de hele les afdrukken en de oefeningen maken. Klik op de PDF hieronder.

Sluit Menu