Gratis Nederlands leren
Zullen en zouden gebruiken we op verschillende manieren.
Zullen gebruiken we voor:
Een voorstel: Zullen we naar de film gaan?
Een belofte: Dat zal ik doen.
Een waarschijnlijkheid: Hij is vandaag niet op werk, hij zal wel ziek zijn.
Toekomst: De trein zal vertrekken van spoor 5.
Zouden gebruiken we voor:
Een fantasie: Als ik rijk zou zijn, zou ik een Ferrari kopen.
Een beleefde vraag: Zou ik er even langs mogen?
Een wens: Ik zou wel eens naar de Noordpool willen gaan.
Een advies: Je zou beter naar de dokter kunnen gaan.
Een onzekerheid: Zou het morgen gaan regenen?
Herinnering aan een afspraak: Jij zou toch boodschappen doen
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij en onze partners technologieën zoals cookies om informatie over het apparaat op te slaan en/of te openen. Toestemming voor deze technologieën stelt ons en onze partners in staat om persoonlijke gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site te verwerken en om gepersonaliseerde en niet-gepersonaliseerde advertenties te tonen. Als u geen toestemming geeft of deze intrekt, kan dit invloed hebben op bepaalde functies.
Klik hieronder om in te stemmen met het bovenstaande of om specifieke keuzes te maken. Je keuzes zullen alleen worden toegepast op deze site. Je kunt je instellingen te allen tijde wijzigen, inclusief het intrekken van je toestemming, door gebruik te maken van de knoppen op het Cookiebeleid of door te klikken op de knop 'Toestemming beheren' onderaan het scherm.