Niveau B1 - Lezen - Tekst 7

Lees eerst de tekst.
Zoek woorden die je niet kent op in de woordenlijst rechts.
Maak dan de oefeningen.

Koud winterweer in Azië

De winter van 2006 was, net als in Rusland en het oosten van Europa, ook in Azië erg koud. In Pakistan en India stierven veel mensen door de lage temperaturen. Veel mensen in Pakistan waren nog steeds dakloos door de grote aardbeving in 2005.

het was heel koud in Azië…

Open lucht
Door de aardbeving waren veel huizen verwoest. De meeste mensen hadden nog geen nieuw huis. Ze leefden nog steeds in de open lucht, of in tenten. Door de kou raakten veel mensen onderkoeld, en kregen bijvoorbeeld koorts en een longontsteking. Hulpverleners deelden dekens en warme kleding uit. Ook maakten ze vuurtjes. Zo konden de mensen zich een beetje warm houden.

Japan
In Japan sneeuwde het weken achter elkaar. Op sommige plaatsen lag wel 4 meter sneeuw. Lantaarnpalen staken nog maar net boven de sneeuw uit. Er zijn meer dan 80 mensen omgekomen. De slachtoffers waren vooral oudere mensen.

China
Ook in China was het erg koud. In een provincie van China vroor het zelfs 42 graden. Het was daar al 20 jaar niet meer zo koud geweest. De overheid van China heeft 100.000 mensen naar een veiligere plek gebracht. Hun huizen waren ingestort door het dikke pak sneeuw.

Vee
Niet alleen mensen hadden last van de kou in Azië, ook dieren hadden veel te lijden. In China leven veel nomaden. Dat zijn mensen die geen vaste plek hebben om te wonen. Ze trekken rond met hun vee; maar door alle sneeuw kon het vee geen voedsel meer vinden. Het leger is de nomaden en hun dieren te hulp gekomen.

Chinese nomaden

WoordBetekenis
1 stierven
verleden tijd van sterven (doodgaan)
2 dakloos zijn
geen huis hebben
3 de aardbeving

de grond schudt en huizen storten in

4 verwoest

helemaal kapot

5 in de open lucht

buiten

6 onderkoeld raken

het te koud krijgen

7 uitdelen
aan de mensen geven
8 uitsteken boven
boven de sneeuw uitkomen
9 omgekomen
doodgegaan
10 slachtoffers
mensen die een ongeluk krijgen, of die doodgaan
11 vroor
verleden tijd van vriezen
12 de overheid
de regering en de mensen die voor de regering werken (de ambtenaren
13 veilige plek
een niet gevaarlijke plaats
14 ingestort
kapot gevallen (bijvoorbeeld omdat het dak naar beneden komt)
15 het vee
dieren die door mensen gehouden worden, o.a.  voor de melk en het vlees (zoals koeien, schapen geiten etc.)
16 lijden
pijn hebben / ergens heel veel last van hebben
17 rondtrekken
rondreizen – steeds ergens anders naar toe gaan
18 het voedsel
het eten

Oefening 2

Oefening 3

Oefening 4

Oefening 5

Sluit Menu